Vroeger, op de basisschool, noemde de frater mij ‘appeltje’. Omdat ik van die bolle rode wangen had. Bovendien ging ik nooit van huis zonder een appel op zak. Ik was er dol op, en nog steeds. Appeltaart is in zijn pure eenvoud dan ook een van mijn favorieten. Het is makkelijk te maken en het smaakt het hele jaar door.

Droge ingrediënten voor de bodem
75 g boekweitmeel
100 g rijstmeel
50 g maismeel
2 tl wijnsteenbakpoeder
2 el arrowroot
2 el kokosbloesemsuiker

Natte ingrediënten voor de bodem
1 el chiazaad gemengd met 3 el water
2 el rijststroop
100 g (geurloze) kokosboter, of (en dat is het lekkerst) roomboter
50 ml koolzuurhoudend mineraalwater

Ingrediënten voor de vulling
4 appels (goudrenetten), geschild en in plakjes gesneden
2 tl kaneel
50 g walnoten, in stukjes gehakt
50 g rozijnen

Werkwijze:
Vet een ronde springvorm in van 20 cm doorsnede.
Doe 1 el chiazaad in een kommetje en voeg 3 el water toe. Laat dit even staan, zodat het chiazaad het water ‘bindt’. Dit wordt een ‘chia-ei’ genoemd en het vervangt eieren in deze taart.
Zeef de droge ingrediënten voor de taartbodem boven een beslagkom en meng ze goed door elkaar.
Schil de appels en snijd ze in plakjes. Doe ze in een aparte kom en meng ze met het kaneel, de rozijnen en de walnoten.
Verwarm de oven voor op 175 ºC.
Snijd de boter in kleine stukjes en kneed dat door het meelmengsel. Wanneer het eruit ziet als kruimeldeeg, voeg je het chia-ei, de rijststroop en het water toe. Kneed alles mooi egaal tot een bal.
Bedek de bodem van de springvorm en tweederde van de wanden met het deeg. Houd wat deeg achter voor het vlechtwerk.
Vul de springvorm met het appel, kaneel, walnoot en rozijnenmengsel.
Rol het overige deeg uit en snijd er reepjes van. Vlecht hiervan over de taart een netwerkje.
Zet de appeltaart in de oven en laat in circa 45 minuten gaar en lichtbruin worden.

Share