Op rolletjes
Op rolletjes
Op rolletjes

Een zaterdagochtend in maart. Zeven uur. Ik open de gordijnen, zie voor het eerst in weken een strakblauwe lucht en voel dat het toeslaat.
Snel spring ik onder de douche en hijs ik me in de kleren.
“Wat zullen we nou krijgen?” vraagt Erik met een slaperig hoofd van onder de lakens.
“Vandaag ga ik kasten opruimen”, kondig ik aan.

Gewapend met een emmer sop, stofdoek en stofzuiger, en op een meezinger van Joe Cocker ga ik kast voor kast te lijf. In een mum van tijd staan de kamers vol met spullen. Erik eet een boterham en ontvlucht het huis. Dit zijn het soort kriebels waar hij bultjes van krijgt.

Ergens in de middag is het karwei geklaard. Ik kieper twee vuilniszakken met rommel in de container en prop mijn fietstas vol met spullen voor de kringloopwinkel. Voldaan drink ik een kop thee. Er is weer ruimte in mijn kasten en daarmee in mijn huis, mijn hoofd en mijn leven. Het universum schijnt je te belonen met allerlei nieuws als je op tijd je rommel opruimt. Zo las ik onlangs in een tijdschrift. Het was me er niet om te doen, ik wilde gewoon opgeruimde kasten, maar nu ik er over nadenk… Er is in Nederland op dit moment vast geen huis opgeruimder dan het onze. Het universum krijgt het nog druk met mij.

Nadat ik de dames van de kringloop blij heb gemaakt, fiets ik naar de bibliotheek.  
Een uurtje later loop ik langs een boekhandel. Nee, denk ik. Niet doen. Er zijn altijd boeken die ik wil lezen. Het kost kapitalen. Ik ben net bij de bieb geweest. Doorlopen! 
Maar een boekhandel is voor mij wat een kerk is voor de gelovige. Daar loop je niet zonder meer aan voorbij. Ach, en laat er nu net weer een nieuwe van Tommy Wieringa zijn verschenen. Allez, die mag mee.
Weer buiten lonkt de ene etalage nog harder dan de andere. “Alles 50 tot 70% korting.” 
Nee, nee, nee, denk ik, terwijl ik La Ligna, Vanilia en Claudia Sträter links laat liggen. Dan passeer ik Noa Noa. Er hangt een jurk in de etalage. Zwart, strak en kort. Precies zoals Erik het graag ziet. Maatje 38, voor de helft van de prijs en het zit als gegoten. Zoveel geluk kan ik niet aan me voorbij laten gaan. 

Opgetogen wandel ik richting fiets. Het lijkt me verstandig maar eens naar huis te gaan, wil ik ruimte in mijn kasten hóuden en het universum zijn werk laten doen. Helaas passeer ik een tassenzaak. Nu kan ik allerlei verleidingen weerstaan, hooggehakte schoenen, zoete gebakjes, cd’s, dvd’s en knappe mannen, maar als ik een mooie tas zie, word ik hebberig. 
Beter van niet, denk ik nog, als ik naar binnen loop, waar ik als een magneet word aangetrokken door een juweel van een handbagagetrolley van Oilily. Ik reis graag licht en als ik handig inpak, kan ik hiermee met gemak een week vooruit zonder op luchthavens bagage te hoeven inchecken of af te halen. 
De wieltjes zien er solide uit. Hij heeft een prettig handvat, ritst soepel, heeft handige vakjes op de juiste plaatsen en is vooral mooi, mooi, mooi.
“Heb je hem nodig?” hoor ik de strenge stem van mijn moeder in mijn hoofd.
Nee. Ik heb al een handbagagetrolley die menig weekje Stockholm en Helsinki heeft overleefd. Dus nee, nodig heb ik hem niet. 
“Heb je het geld?” Dat stemmetje is van mezelf.
Ja en nee. Het is maar hoe je het bekijkt.
“Vind je hem mooi?” Gelukkig, Erik is er ook nog.  
Terwijl mijn moeder, Erik en ikzelf in mijn hoofd een robbertje vechten, gaan de trolley en ik richting kassa.

“Er zijn mensen die anderen coachen bij het opruimen van hun huis en ervoor betaald krijgen”, zeg ik die avond tegen Erik terwijl we eten. “Ik zou daar heel geschikt voor zijn.” 
Zijn blik valt op mijn aanwinsten. “Zou je denken?” 

Dit stukje schreef ik een paar jaar geleden, voordat Covid-19 onze wereld op zijn kop zette. Nu ik dit herlees, besef ik hoe vrij en onbezorgd ik was, en hoe vanzelfsprekend ik dat vond. Ook vandaag ruim ik mijn kasten op. Maar ik kan nog even niet naar de kringloopwinkel en ook een boekhandel heb ik al bijna een jaar niet van binnen gezien. Dat geldt misschien ook voor jou. Hou vol, er komen weer betere tijden. En ondertussen mogen we mijmeren over die goede ‘oude’ tijd.

© Lian Reuvekamp

1 Reactie

  1. Karin Derks-Bisschop

    Heerlijk herkenbaar Lian!

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *