Intermezzo 6: Havezate Werkeren
Intermezzo 6: Havezate Werkeren
Intermezzo 6: Havezate Werkeren

Nummer één van Overijssel
Na onze rondleiding door het huis en over het terrein van Werkeren, keren we nu weer terug naar de bewoners. De vijf nog jonge kinderen van weduwe Anna Bentinck krijgen thuis privéonderwijs van een inwonende leraar. Dat doet hij goed, want de oudste zoon, Hendrik-2, doorloopt als tiener de Latijnse school in Zwolle en aansluitend de Hogeschool in Deventer. Zoals verwacht bekleedt ook hij in no-time allerlei topfuncties. Via vriendschappelijke familieconnecties met de Prins van Oranje schopt hij het zelfs zo ver dat hij deelneemt aan het bestuur van de Republiek. Als gedeputeerde van Overijssel mag hij de bijeenkomsten van de Staten-Generaal voorzitten. 

Omwille van zijn status en prestige drukt ook Hendrik-2 een eigen stempel op het landgoed Werkeren. Rond 1661 besluit hij tot nog een verbouwing. Met maar liefst twaalf vuursteden (open haarden) en drie bak- en brouwovens wordt Werkeren één van de grootste havezaten in Salland. Er zijn maar weinig adellijke huizen op het platteland die aan zoveel kamers met een haardplaats kunnen tippen. Hiermee is Werkeren een residentie die het ambt van Hendrik-2 waardig is. 

Erfenis na erfenis en jarenlang gesteggel
Dertig jaar later komt er een eind aan de mooie politieke loopbaan van Hendrik-2. In 1692 overlijdt hij onverwachts op 57-jarige leeftijd. Na zijn dood leeft zijn weduwe Seina (ook afkomstig van zeer rijke adel) nog twintig jaar. Ze heeft het niet makkelijk, want in die periode verliest ze meerdere van haar kinderen. Misschien heeft ze hen op Werkeren iets te beschermd opgevoed en was hun jeugd daardoor nogal saai, want al haar vier zonen kiezen voor een avontuurlijk en riskant leven als beroepssoldaat. De oudste twee sneuvelen ongehuwd. Hierdoor ontstaat er tot twee keer toe jarenlang geharrewar en gekissebis over de omvangrijke nalatenschap waarvan ook Werkeren deel uitmaakt. 

Gelukkige huishoudster
Uiteindelijk gaat de havezate naar de derde zoon, Hendrik Willem (Hendrik-3). Maar ook hij wordt niet erg oud. Op 43-jarige leeftijd ligt hij in de zomer van 1726 doodziek in zijn bed op Werkeren. Een ontroerend detail is dat hij op zijn sterfbed tot drie keer toe zijn testament verandert ten gunste van zijn huishoudster, die onlangs weduwe is geworden. Hij moet wel erg op haar gesteld zijn, want hij schenkt haar het (destijds) kapitale bedrag van 2.000 gulden, plus een nieuw bed met alle toebehoren als dekens, lakens, kussens, linnengoed, etc. Ook krijgt ze zes nieuwe stoelen, een zesdelig serviesgoed met linnen servetten en nog wat linnen kledingstukken. Bovendien erft haar zoon alle (prachtige) kleding van deze luitenant-kolonel in dienst van de Russische tsaar, behalve zijn jagersoutfit. 
Ik weet niet of het in die tijd gebruikelijk is om je dienstmeisje bij testament iets na te laten. Ik ben het niet eerder tegengekomen, dus ik denk dat Hendrik-3 hierin toch een uitzondering vormt. Bovendien doet hij niet kinderachtig; zijn huishoudster heeft misschien wel nooit meer (hard) hoeven werken. 

Havezate Werkeren zoals deze er rond 1730 moet hebben uitgezien. Kunstenaar Johan Grabijn maakte dit schilderij in 2003 na een grondige studie van alles wat over de havezate bekend is.

(Wordt vervolgd)

Rond 1847 verlaten de broers Hendrik en Jan Reuvekamp hun ouderlijk huis boerderij Reuvekamp in Dieze om te trouwen en zich in Mastenbroek te vestigen. Hendrik op boerderij ’t Werkel en Jan op Stokkebrand. De boerderijen grenzen aan elkaar en kennen dan al een eeuwenoude historie. Boerderij ’t Werkel begint in 1365 zelfs als kasteel. 
Als intermezzo in de Reuvekamp-geschiedenis duik ik in negen afleveringen in de geschiedenis van Mastenbroek, kasteel Werkeren en boerderij ’t Werkel. De plek waar mijn familie 175 jaar woont en werkt, tot ’t Werkel in 1993 plaats moet maken voor de nieuwbouwwijk Stadshagen (Zwolle). Ik vind het fascinerend om te ontdekken dat het boerenerf waarop ik ben geboren en opgegroeid zo’n rijke historie en zoveel verschillende gedaantes heeft gekend. Ik hoop dat deze geschiedenis ook u zal boeien.

Bronnen:
– Rijksarchief in Overijssel (1980). Oude luister in het Kerspel. Catalogus van de tentoonstelling over havezaten en buitenplaatsen rond Zwolle.
– Zwolse Courant, 2 oktober 2003
– Stichting Promotie Archeologie (2005). Havezate Werkeren. De Heren van Werkeren en hun kasteel. Zwolle: Stichting Promotie Archeologie

In onderstaand veld kunt u zoeken op naam of trefwoord:

1 Reactie

  1. Nico de Kleine

    Heel erg leuk om allemaal te lezen.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *