Bernard Reuvekamp 1894-1971 (5)
Bernard Reuvekamp 1894-1971 (5)
Bernard Reuvekamp 1894-1971 (5)

Aleida (Lei)
Als mijn opa Bernard in 1971 op 77-jarige leeftijd overlijdt, ben ik nog maar vijf jaar. Daarom heb ik helaas geen herinneringen aan hem. Mijn oma Lei heb ik wel goed gekend.

6 mei 1966. Bernard en Lei zijn 30 jaar getrouwd en hebben nog altijd veel plezier samen.
Op het plankje boven de radio staat bij de trotse grootouders een foto van mij, hun eerste kleinkind. Ik ben dan nog geen jaar oud ;-).

In mijn jeugd woont Lei vlak bij mijn lagere school (begin jaren ’70) en elke dag gaan mijn broertje Wilfried en ik na schooltijd eerst even bij oma een snoepje halen voordat we naar huis fietsen. De snoepjes in pastelkleuren hebben de vorm van een hartje en er staat een woord of korte tekst op. Al gauw nemen we ook vriendjes en vriendinnetjes mee en het duurt niet lang voordat Lei op de Kerspelschool in Westenholte bekent staat als ‘de snoepjesoma’. Zo wordt ze de oma van de hele school. Zelfs nadat mijn broertje/zusjes en ik al van school zijn, komen er nog jarenlang elke dag groepen kinderen bij haar langs voor een snoepje. Daar geniet ze ontzettend van.

Een tekening die Lei als ‘snoepjesoma’ van een basisschoolleerling kreeg.

Op haar oude dag zit Lei graag voor het raam te haken. Ze zwaait uitbundig als je langs fietst, maar je maakt haar vooral gelukkig als je even binnenkomt. Al is het maar tien minuten, “bij de voordeur naar binnen en door de achterdeur er weer uit”: ze vindt het fijn om je even te spreken. Onder het genot van een kopje thee met een gesuikerd biscuitje (want die soppen lekker) vraagt ze hoe het met je gaat, maar ik luister vooral graag naar haar verhalen over vroeger. 

Het karrenspoor onder haar gat
Zo vertelde ze meer dan eens het verhaal van de dappere Christina Mol, mijn bet-bet-overgrootmoeder, die in 1808 werd geboren. Christina werkt als zestienjarig dienstmeisje bij boer van der Vegte op ’t Luibuis in Mastenbroek als de dijken doorbreken. Het stormt al een paar dagen en hier en daar staat de polder onder water. Op zich is dat niet zo bijzonder, want dat gebeurt elk jaar wel een keer. Daarom staan de boerderijen op terpen. Maar een combinatie van springtij met een noordwesterstorm zorgt op de ochtend van vrijdag 4 februari 1825 voor meer dan 22 dijkdoorbraken rond de Mastenbroekerpolder. Met donderend geweld stroomt het water de polder in. De bewoners van ’t Luibuis worden verrast door het snel stijgende water en vluchten naar de zolder, een open ruimte boven het voorhuis en de stal. 
’s Nachts horen ze dat er van alles met de golven tegen de woning beukt. Ze zijn bang dat de muren het begeven en dat het huis in zal storten. Later blijken dit op drift geraakte schokkerspalen te zijn van de houten zeewering van het eiland Schokland in de Zuiderzee.
In de vroege ochtend van 5 februari horen ze geen geluiden meer van het vee in de stal beneden hen. Ze denken dat alle dieren zijn verdronken en zijn dan ook verbaasd als ze opeens toch een paard horen hinniken. Christina kruipt over de balken van de zolder richting het zwemmende paard, pakt een eendennest en gooit het naar het dier, zodat het wat te eten heeft. Een eendennest bestaat uit stro. In die tijd houden boeren eenden voor de eieren. Deze dieren maken hun nesten vaak op zolder. 
Na ongeveer anderhalve dag op zolder worden de bewoners van ’t Luibuis én het enige nog levende paard gered door mensen die met bootjes vanuit Zwolle komen. 

Bij de watersnoodramp van 1825 verliezen 379 Nederlanders het leven. Daarvan wonen er 305 in Overijssel en ongeveer 100 in Mastenbroek.
Boer van der Vegte is zo onder de indruk van de pittige Christina, dat hij tegen haar zegt: “Ie kriegt loater de karrenspoor nog wè onder oe gat.” Vroeger moest een dienstmeid naast de brik lopen als zij met de boer en zijn gezin op zondag naar de kerk gingen.
Christina trouwt in 1836 met de zoon van de boer. Daarmee krijgt ze dus inderdaad het karrenspoor onder haar gat.

Ik koester fijne herinneringen aan mijn oma Lei en wanneer ik als twintigjarige in Zweden woon, klimt ze (net als vroeger voor Bernard) ook voor mij in de pen. 

Lei in haar favoriete stoel voor het raam (1986). Op tafel een pantoffelplantje. Elk jaar krijgt ze er een van Bernard op hun trouwdag.

Als ze 78 is, wordt ze ziek. Op haar sterfbed in het ziekenhuis neemt ze één voor één afscheid van haar negentien kleinkinderen. Het is tegen Pasen en ze geeft ze allemaal een groot chocolade-ei. Het rode papiertje dat eromheen zit, plak ik in mijn dagboek als herinnering aan mijn laatste moment met haar.
Lei overlijdt op 25 april 1987.

Passage uit mijn dagboek van donderdag 22 april 1987.

Op deze foto uit het begin van de jaren ’50 staat Bernard (tweede van links) voor een ‘Vliegende Hollander’ van de KLM. Van 1987 tot 1995 werk ik, zijn kleindochter, als stewardess en purser bij de KLM.
Op het vliegveld van Athene in oktober 1987. Ik sta helemaal rechts.


In onderstaand veld kunt u zoeken op naam of trefwoord:

1 Reactie

  1. Annie Groote Schaarsberg- Reuvekamp

    Lian ,,Je hebt een mooi portret van van mijn moeder weer gegeven, jammer dat je mijn vader niet gekend hebt , hij was een geweldige vader en trotse opa.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *