Gisteravond wandelde ik naar de schapen en de paarden in het land achter ons huis. Ik zat een poosje in het gras, en keek toe hoe de avondzon de lucht pastel kleurde. Mijn oog viel op een wilde margriet. Haar bloem was open, en haar ranke steel danste zacht op het ritme van de wind. Lenig boog ze haar kopje van links naar rechts. Van voor naar achter. Onbreekbaar. Zo leek het althans. Ze flirtte met een vlinder. Later met een hommel. Deze trotse, fleurig dansende margriet in de bloei van haar leven had er duidelijk plezier in.

Vanmiddag donderde en bliksemde het. Harde windstoten sloegen de regen in vlagen tegen het raam.
Hoe zou het met haar zijn? 

Nadat de rust en de zon vanavond waren teruggekeerd, wandelde ik weer naar het weiland. De schapen renden me blatend tegemoet, de paarden briesten, maar eerst begroette ik mijn nieuwe vriendin.
Ze stond er nog. Had de storm doorstaan. Met gratie.
Ik stelde me voor hoe ze haar ranke steel sierlijk had gebogen in de wind, haar kopje misschien even had laten hangen, om dan terug te veren zodra de storm was gaan liggen. Fier rechtop, ondanks een paar achtergebleven regendruppels op haar witte bloembladeren. Vrolijk wiegend in de wind, flirtend met het leven en bloeiend als nooit tevoren.

Dank je mooie margriet, sprak ik zacht. Voor wat je me hebt laten zien.
In alles wat me te wachten staat, wil ik zijn als jij.

(Oorspronkelijk gepubliceerd op 11-07-2011)

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.