Gedicht over ‘de Reuvekamp’ (1849)
Gedicht over ‘de Reuvekamp’ (1849)
Gedicht over ‘de Reuvekamp’ (1849)

In 1849 reist de Zwolse dichter C. Janssen per koets vanuit Zwolle naar het afgelegen en zeer dun bevolkte noordelijke deel van Dieze. Wanneer hij na een klein uur de dijk bij het Zwarte Water bereikt, is hij langs slechts twee huizen gekomen: de grote boerderijen Reuvekamp en Helderlicht. De schoonheid, gemoedelijkheid en doodse stilte van dit landelijke gebied ontroert de dichter zo zeer, dat hij de streek liefkozend ‘zijn Arkadia’ noemt. Hij schrijft er een lang gedicht over, ‘Het Zwolsche Arkadia’, dat heel mooi laat zien hoe weelderig het weidelandschap van Dieze er in 1849 bij ligt, en hoe mooi en welvarend boerderij Reuvekamp in die tijd is.

De dichter schrijft eerst in idyllische bewoordingen over de uitgestrektheid van ‘het effen groen tapijt’ van ‘zijn Arkadia’ met al het grazende, herkauwende, galopperende en dartelende vee. Hij voelt zich overweldigd door de schoonheid van alles (‘Welk heerlijk schoon verschiet vertoont zich voor mijn oogen! Ik ben […] geheel als opgetogen’) en na een tijdje rondhobbelen in zijn koets over zandwegen, schrijft hij:

‘Nu komt de Reuvekamp, dit ligt hier zeer nabij;
Bij mijn Arkadia. Een groote boerderij
Van buiten aan te zien, kan men zeer licht bemerken,
Dat hier geen armoe heerst; maar overvloed door werken.
Men ziet: rondom het huis, de hooge bergen hooi,
Die: voor den wintertijd, met ’t afgedorste strooi,
Tot voedsel voor de koe, en voor het paard moet strekken:
Men hoeft de eetlust dan in ’t minst niet op te wekken.
De stallen zijn dan vol, zij staan zelfs wat benaauwd.
De een pluurt nog aan ’t hooi, een ander ligt, herkaauwd,
Een derde richt zich op, en wil haar leden rekken, 
Zie hoe die twee zich daar vriendschappelijk staan te lekken.

Een laan loopt langs het huis, langs deze boerderij;
Men kan die herwaarts gaan, zoo kom ‘k nog naderbij.
Nu zie ‘k dwars op een laan, van esch en wilgeboomen,
Waardoor ‘k mijn beestjes lei, als ik hier heen wil koomen
’t Is de Slotsteeg genaamd. Des zomers is ’t hier mooi;
Men voert dan door deez’ laan, verscheiden voeders hooi.
Het uitzicht is hier lief; men heeft aan wederzijden
Uitmuntend weideland; waar koe en paard gaat weiden,
’t Is met een sloot beboord, met elzenhout begroeid.’

Van al dit moois is anno 2021 helaas niets, maar dan ook he-le-maal niets meer over. Op de plek waar ruim 500 jaar boerderij Reuvekamp heeft gestaan, bevindt zich nu een parkeerplaats met vuilcontainers omringd door hoge flats. Er is zelfs geen straatnaambordje dat ook maar enigszins herinnert aan het verleden van deze streek.

Hier sta ik op de plek waar boerderij Reuvekamp stond (van vóór 1500 tot 1964).

Bronnen:
– Braakman-Reuvekamp, M. (1988). Genealogie Reuvekamp. Zwolle: Uitgave in eigen beheer
– Wetering, J. van de (2001). Vergeten levens. Geschiedenissen van het Sallandse land. Kampen: Stichting IJsselacademie

In onderstaand veld kunt u zoeken op naam of trefwoord:

1 Reactie

  1. Pytsje van der Sluis

    Wat weer een mooi verhaal!

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *