Intermezzo 7: Havezate Werkeren
Intermezzo 7: Havezate Werkeren
Intermezzo 7: Havezate Werkeren

Luilekkerland
Na de dood van Hendrik Bentinck-3 komt Werkeren in het bezit van Berend Bentinck. Die had drie oudere broers en verwachtte daarom waarschijnlijk nooit nog eens eigenaar van het landgoed in Mastenbroek te worden. Berend woont op havezate Wittenstein in Kamperveen. Nadat hij Werkeren heeft gekregen, verblijft hij echter zeer geregeld op deze buitenplaats. Én hij werkt er verder aan de verfraaiing van het huis.

Aquarelschets uit 1730 van Havezate Werkeren, gemaakt door A. Schoemaker.

De adel vindt het voor zijn status belangrijk dat het kasteelachtige voorkomen zoveel mogelijk behouden blijft. De ui-vormige toren en de grachten van Werkeren worden gezien als adellijk statussymbool en blijven dan ook onveranderd. Om het geheel nog net iets meer allure te geven, wordt (als puntje op de i) de hoofdburcht grotendeels ommuurd. Ook wordt er flink geïnvesteerd in de aanleg van een sierlijke, symmetrisch opgezette pronktuin met bloemperken en tal van terracotta tuinversieringen. Geheel volgens de heersende mode worden er wandelpaden aangelegd en enkele theehuisjes gebouwd, waar behalve thee ook flink veel bier en wijn zal worden gedronken (getuige archeologische opgravingen van 2001).

Diverse vondsten op het terrein van havezate Werkeren bij archeologische opgravingen in 2001.

Voor het onderhoud van de tuinen worden hoveniers aangenomen. Een van hen, Carel, vindt tijdens zijn werk wat romantisch vertier met het dienstmeisje Trientje. Samen krijgen ze een buitenechtelijk kind dat wordt gedoopt in de rooms-katholieke schuilkerk in de Hoornsteeg te Zwolle. Carel en Trientje zijn beslist niet de enigen. De Zwolse trouwboeken uit de eerste helft van de achttiende eeuw vermelden meerdere huwelijken tussen knechten en meiden die wonen op havezate Werkeren. Hieraan is te zien dat de Bentincks zelf dan misschien wel zijn overgegaan tot het protestantse geloof, maar dat veel van hun personeel nog altijd rooms-katholiek is. Mijn stamvader Lucas Teunissen Wolthaer, een eenvoudige landbouwer in Raalte, is in dezelfde tijd (begin 1700) ook lid van deze rk-schuilkerk. Het is goed mogelijk dat hij Carel en Trientje kent. Hij kan niet vermoeden dat ruim 120 jaar later de machtige havezate Werkeren te gronde is en dat zijn achterkleinzoon op boerderij ’t Werkel een van de grotere boeren in Mastenbroek wordt.

De Bill Gates van zijn tijd
Al met al is het vernieuwde Werkeren rond 1725 voor zijn tijd hypermodern en representatief. Berend Bentinck kan er gerust mee voor de dag komen. Het huis staat in die tijd beschreven als “een schoon, groot slot; ten merendeel modern”. In 2001 zegt archeoloog Hemmy Clevis in dagblad Trouw over de havezate: “Werkeren is nummer één van Overijssel. Het steekt met kop en schouders boven de rest uit en is een site van landelijk belang. De Bentincks waren de Bill Gates van hun tijd. In een beerput vinden we wel eens een Venetiaans glas: dan weet je dat je te maken hebt met elite. Hier hebben we er al tien aangetroffen. Acht glazen zoutschaaltjes, ornamenten van tegelkachels, drie tinnen pispotten en ga maar door -veel meer dan we elders tegenkomen. Dit wijst op luxe in het kwadraat. Het kon niet op, van alles een veelvoud.”

Dit prachtige voorwerp is gevonden op Werkeren tijdens de archeologische opgravingen in 2001. Ik denk dat dit een tegelkachel is, maar ik weet het niet zeker. Als u weet wat dit is, hoor ik het graag.

Berend Bentinck heeft het op Werkeren goed naar zijn zin en maakt het gezellig. Ook andere familieleden, neven en nichten zijn er welkom en bewonen het huis in deze tijd (1700-1745). Het is er aangenaam vertoeven. Ik zie het zo voor me. De mannen roken pijptabak en drinken wijn of bier, de vrouwen borduren bij een kopje thee in het theehuis of kuieren wat door de tuinen, en al het werk wordt door meiden en knechten gedaan.

Van één van de knechten heb ik de naam kunnen achterhalen: Hendrik Jansen. Hij woont op Werkeren en trouwt (rooms-katholiek) op 2 mei 1712 met Catharina Jans. Zij is de dochter van Jan Herms Rietberg uit de Boxem (Mastenbroek). Ze is dus in de buurt van havezate Werkeren opgegroeid en is daar mogelijk ook als dienstmeid werkzaam.
Het gezin van Jan Herms Rietberg (de vader van Catharina) is een schrijnend voorbeeld van de diepe verdeeldheid die de Reformatie in die tijd binnen sommige families teweegbrengt. Waarschijnlijk is Jan Herms zelf rooms-katholiek, want twee van zijn vier kinderen trouwen in de rk-schuilkerk te Zwolle. Maar zijn twee andere kinderen trouwen in de protestantse kerk te Mastenbroek. Omdat het geloof destijds een heikele kwestie is, vraag ik me af of de broers en zussen nog wel met elkaar omgingen. De kans is groot van niet.

Fysiek ongemak
Al is het leven voor de meiden en knechten op Werkeren zwaar, voor Berend en zijn adellijke familie en vrienden is Werkeren één groot luilekkerland. Het is alleen jammer dat Berend veel last heeft van pijnlijke gewrichtsontstekingen, terwijl hij zo graag een drankje achteroverslaat. Jicht en alcohol vormen immers geen gelukkige combinatie. Ter compensatie bestelt Berend een paar kratten met minstens 40 flessen mineraalwater uit het Belgische kuuroord Spa, waarvan men gelooft dat het geneeskrachtig is. Helaas weegt het gunstige effect van de dure Spaflessen (als het er al is) niet op tegen de vernietigende kracht van de alcohol die Berend niet kan laten staan.
Bij archeologische opgravingen in 2001 zijn in de grachten rond Werkeren behalve de Spaflessen ontelbare wijnflessen uit Berends tijd gevonden, evenals ruim twintig medicijnflesjes.

De (peperdure) Spaflessen van Berend Bentinck uit de periode 1720-1740 (opgegraven in 2001).

(Wordt vervolgd)

Rond 1847 verlaten de broers Hendrik en Jan Reuvekamp hun ouderlijk huis boerderij Reuvekamp in Dieze om te trouwen en zich in Mastenbroek te vestigen. Hendrik op boerderij ’t Werkel en Jan op Stokkebrand. De boerderijen grenzen aan elkaar en kennen dan al een eeuwenoude historie. Boerderij ’t Werkel begint in 1365 zelfs als kasteel. 
Als intermezzo in de Reuvekamp-geschiedenis duik ik in negen afleveringen in de geschiedenis van Mastenbroek, kasteel Werkeren en boerderij ’t Werkel. De plek waar mijn familie 175 jaar woont en werkt, tot ’t Werkel in 1993 plaats moet maken voor de nieuwbouwwijk Stadshagen (Zwolle). Ik vind het fascinerend om te ontdekken dat het boerenerf waarop ik ben geboren en opgegroeid zo’n rijke historie en zoveel verschillende gedaantes heeft gekend. Ik hoop dat deze geschiedenis ook u zal boeien.

Bronnen:
– Stichting Promotie Archeologie (2005). Havezate Werkeren. De Heren van Werkeren en hun kasteel. Zwolle: Stichting Promotie Archeologie
– Trouw, 5 november 2001
www.rietbergweb.nl

In onderstaand veld kunt u zoeken op naam of trefwoord:

7 Reacties

  1. Wilfried

    Mooi geschreven Lian! Ik herinner me nog dat er ongelooflijk veel glas scherven lagen in de gracht voor ons huis. Dat stukje gracht is er nog, aan de noord oost kant heb ik (pakweg 45 jaar geleden) een treurwilg gepoot. Dat was op Moederdag, ik heb er een fles bij in de grond gestopt met een brief….
    Mooie herinneringen😊

    Antwoord
    • Lian

      Die treurwilg staat er nog en is inmiddels flink groot. We hebben hem op moederdag 9 mei 1982 cadeau gedaan. Die mooie boom is mijn ‘herkenningspunt’ wanneer ik bij Park de Stadshoeve kom. Ik herinner me die ‘flessenpost’ nog, dat moet nog onder de wortels liggen ;-).

      Antwoord
  2. Pieter Hamhuis

    Prachtig om te lezen wat de historie van het gebied is waar je nu woont.

    Antwoord
  3. Wilma Veldman

    Mooi die geschiedenis! Ook boeiend geschreven. Kan je de plek nog terugvinden? Is er een herkenning, gedenksteen oid? En waar zijn al die spullen die gevonden zijn nu?

    Antwoord
    • Lian

      Dank je wel! Van het kasteel/ de havezate Werkeren en boerderij ‘t Werkel is niets meer over. Maar op de plaats waar ze stonden is nu het Park de Stadshoeve in Stadshagen/Zwolle. Het park heeft een historische wandelroute met borden die uitleg over de geschiedenis geven. Dus in die zin is de plaats nog wel herkenbaar.
      De collectie van archeologische opgravingen van Werkeren was in het bezit van het Stedelijk Museum Zwolle. In 2005 hebben ze er ook een mooie tentoonstelling aan gewijd. Toen dat museum in 2017 zijn deuren sloot, zou de collectie overgedragen worden aan het Historisch Centrum Overijssel. Ik denk dus dat het daar nu is.

      Antwoord
  4. Annie Groote Schaarsberg- Revekamp

    De spullen die gevonden zijn bij de opgravingen zijn in het depot van het Zwolse museum voor zo ver ik weet.

    Antwoord
    • Lian

      Daar waren ze inderdaad wel, maar het museum bestaat niet meer. Zie mijn antwoord aan Wilma Veldman hierboven.

      Antwoord

Laat een reactie achter voor Lian Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *